10 mei 2014 | Dossier:

“Dikke huisdieren meer dan een schoonheidsprobleempje”

Kat met obesitas

Veel mensen zien obesitas bij dieren als ‘een schoonheidsprobleem’. Het is echter een ziekte die de hormonale regulatie van het dier verstoort. De oorzaak van obesitas is meer eten dan nodig, te weinig bewegen of een combinatie van die twee. Dit leidt tot een chronische ontsteking door het hele lichaam en kan zorgen voor onder andere gewrichtsproblemen bij de hond en suikerziekte bij de kat.

Obesitas wordt vaak niet erkend. “De eigenaar van een dier denkt dat zijn hond of kat in goede conditie is, terwijl het dier eigenlijk te zwaar is,” vertelt Ronald Corbee, specialist Klinische Voeding bij de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht. “De meeste mensen zeggen dat ze overgewicht zouden herkennen, maar in de praktijk valt dit erg tegen.”

Eigen handrug als graadmeter

Corbee: “Je kunt overgewicht constateren door bij de staande kat of hond over de ribben te aaien. De hoeveelheid vet tussen de huid en de ribben van het dier moet gelijk zijn aan de hoeveelheid vet die je voelt als je met je vinger over je eigen handrug gaat. Alles wat er tussen de ribben en je vingers bij het aaien meer zit is te veel.” Mensen ontkennen niet alleen dat hun huisdier te dik is, maar hebben vaak ook niet door dat hun dier overgewicht heeft. Obesitas is in een veel later stadium pas goed zichtbaar. Zeker bij katten. Katten zijn echte binnenvetters en houden het meeste vet op in de buik. Als ze een dikke buik krijgen, dan is het proces al langer gaande.

Jojo-effect

Hoe langer en hoe ernstiger het dier met obesitas rondloopt, des te groter de kans op problemen. Wanneer een kat ineens heel veel gaat drinken, plassen en vermageren kan dit een teken zijn van suikerziekte. Als een hond moeilijk gaat lopen kan dit een teken zijn van gewrichtsslijtage. Voorkomen dat je dier te dik wordt, voorkomt een hoop problemen. Hoe langer overwicht bestaat, des te moeilijker het te behandelen is.

Ronald Corbee zegt daarover: “Net als bij mensen zien we bij dieren vaak het jojo-effect. Snel afvallen zonder blijvend resultaat. De behandeling is ontzettend moeilijk. Voorkomen is in dit geval ook echt beter dan genezen. Vanaf het moment dat een dier in de groei is zou je het gewicht en de conditiescore in de gaten moeten houden. Dit kun je doen door je dier regelmatig te wegen en zijn ribben te voelen. Aan de hand van de uitkomst kun je voeren naar behoefte.”

Eten uit verveling

Soms komt overgewicht ook voor bij dieren in het wild. Wilde wolven bijvoorbeeld zijn soms tijdelijk te dik. Dit is een soort obesitas met voorbedachte rade. De wolf eet als het ware vooruit om een langere periode zonder voedsel te kunnen. In de natuur komt obesitas niet zo veel voor omdat dieren moeten werken voor hun kostje. Dieren met een verminderd activiteitsniveau gaan vaak uit verveling eten. Dit zie je bij mensen ook. Dit komt vooral bij katten voor, zeker als ze veel binnen zitten.

Daarnaast is het bij de hond ingebakken om te ‘pakken wat je pakken kunt’. Dit is een jarenlang geëvolueerd voedingspatroon dat de hond helpt overleven in een periode van weinig voedsel. Als je een hond onbeperkt eten geeft, zal hij meestal meer eten dan nodig is. Daarnaast kunnen de gevolgen van castratie ook voor een toename in gewicht zorgen. Een laag metabolisme; ofwel een trage stofwisseling, en een afname van het verzadigingsgevoel zorgen voor een blijvend hongergevoel. Dit geldt zowel voor honden als voor katten.

Maatwerk

Obesitas behandelen is maatwerk. “Je bent er niet met: “Hier heb je een zakje dieetvoer”, aldus Ronald Corbee. Afvallen bij dieren wordt onderschat. Het vraagt nogal wat van de eigenaar. Het traject kan soms jaren duren. Het geven van eten zorgt mede voor de mens-dierrelatie. Het is niet leuk om je vragende dier geen eten te mogen geven. Corbee: “Ik vraag de eigenaar altijd: “Bent u bereid om door de zure appel heen te bijten?” Als het lukt is het heel waardevol!

We hadden eens een Sint Bernard in de kliniek van 140 kilo. Zijn gewicht moesten we op een paardenweegschaal vaststellen. We hebben gekeken naar wat er binnen het gezin mogelijk was en op maat voedings- en bewegingsadviezen meegegeven. Deze hond weegt nu 80 kilo. De eigenaren van de hond zijn vreselijk blij. Ze hebben er een andere hond voor terug. Veel actiever en vrolijker. Ik heb ook eens een kat behandeld van 12 kilo en teruggebracht naar 4 kilo. Dit heeft bijna 4 jaar geduurd. De eigenaresse belde me op en zei: “Ik weet niet wat er aan de hand is maar mijn kat rent de trap op en af en wil weer naar buiten!”

Bron: Universiteit Utrecht, faculteit diergeneeskunde