20 april 2016 | Dossier:

Garantie op een dier: de omgekeerde wereld

De garantiewetgeving voor consumentengoederen blijft een heet hangijzer in de branche. Strikt genomen vallen ook dieren en (water)planten onder deze wet.

Dat betekent dat consumenten gedurende 6 maanden na aankoop recht hebben op garantie. Hoewel in het Burgerlijk Wetboek staat dieren niet vergeleken kunnen worden met zaken, heeft de overheid nog steeds geen specifieke regeling voor de garantietermijn rondom de aankoop van dieren.

Dibevo pleit voor een eenduidige

 

 

 

Gelijke garantietermijnen voor gelijksoortige producten in heel
Europa


Een belangrijke handelsbarrière is het bestaan van verschillende wettelijke
garantietermijnen in Europa. Het enige wat echt helpt om bedrijven de grens
over te krijgen is een volledige harmonisatie van de regels rondom consumentenkoop.


Detailhandel Nederland steunt daarom het wetsvoorstel van de Europese
Commissie voor het gelijktrekken van Europese regels rondom online aankopen.
De meest passende garantietermijn is twee jaar, met een termijn voor zes
maanden voor de omkering van de bewijslast, zoals in het overgrote deel van
de lidstaten reeds het geval is. De uitbreiding van de omkering van bewijslast
van 6 maanden naar twee jaar, zoals de garantietermijn, moet wel een relatie
en proportionaliteit hebben met de aard van het product, de aard van het
gebrek en het 'normale gebruik' hiervan.


Detailhandel Nederland wijst op de noodzaak tot een speciale behandeling
voor de verkoop van dieren. Dieren zijn geen producten en verdienen een
eigen positie. Dit geldt voor zowel gezelschapsdieren als voor dieren die als
diervoeder fungeren (denk aan krekels voor herpeten en vliegen, daphnia en
muggenlarven voor aquariumvissen). Gezien de aard van deze goederen is
het verruimen van de omgekeerde bewijslast van zes maanden naar twee jaar,
voor de verkoop van levende dieren en (water)planten onrealistisch.