Katten zijn buiten een groot deel van de dag onzichtbaar voor hun eigenaren. Hoe groot is hun territorium nu echt, en welke factoren beïnvloeden hun gedrag buitenshuis? Uit een recent internationaal GPS-onderzoek door Weenect onder bijna 1.000 katten in tien landen, waaronder Nederland, komen opvallende inzichten naar voren over het loopgedrag, de invloed van geslacht en de nachtelijke routines van katten.

In het onderzoek zijn ruim 24.000 dagelijkse registraties geanalyseerd van katten in onder meer Nederland, Duitsland, Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Per land werden de gegevens van circa 100 katten, die vier weken continu werden gevolgd, verwerkt.
Nederlands patroon: ver weg, maar vaak thuis
Onder de geanalyseerde Nederlandse katten kwam een opvallende combinatie naar voren. Nederlandse katten leggen per dag doorgaans 998 meter af. Dat is ruim boven het internationale gemiddelde van 832 meter. Tegelijkertijd brengen ze gemiddeld 95,7% van hun tijd thuis door, de hoogste score van alle tien de onderzochte landen. Katten in Nederland maken dus weliswaar flinke wandelingen, maar blijken van alle landen het meest honkvast.
Geslacht bepalender dan castratie of sterilisatie
Uit het onderzoek blijkt dat het geslacht van de kat een veel sterkere invloed heeft op de grootte van het territorium dan het wel of niet gesteriliseerd of gecastreerd zijn:
De typische poes versus de typische kater
Een typische kater bestrijkt een territorium van gemiddeld 20.000 m² (ongeveer drie voetbalvelden). Katers gaan gemiddeld twee keer per dag naar buiten en brengen vaker de nacht buiten door.
Een typische poes claimt een territorium van ongeveer 10.700 m² (ruim anderhalf voetbalveld) en gaat gemiddeld 1,2 keer per dag naar buiten.
Effect van castratie
Gecastreerde katers bestrijken nog altijd 59% meer terrein dan gesteriliseerde poezen. Het verschil in territoriumgrootte tussen niet-gecastreerde en gecastreerde katers is maar 10%.
Vaste routines en nachtelijke rondjes
Van de Nederlandse katten was 71,6% tijdens de observatieperiode minstens één keer 's nachts buiten (vrijwel gelijk aan het internationale gemiddelde van 74,3%).
Daarnaast valt op dat Nederlandse katten echte gewoontedieren kunnen zijn. Twee Nederlandse katten uit de studie bezochten maar liefst 11 vaste stopplaatsen in hun territorium. Binnen de gehele dataset werd dit aantal alleen overtroffen door één kat in de Verenigde Staten (met 14 vaste plekken).
Alle onderzoeksresultaten lees je op de website van Weenect.
