Fabrikanten van diervoeding kampen met een oneerlijke, gesubsidieerde strijd om ‘dierlijke bijproducten’. Energiebedrijven gebruiken deze waardevolle grondstoffen massaal voor de productie van biodiesel en groene stroom. Het gevolg? De prijzen van honden- en kattenvoer stijgen fors en de verduurzaming van de sector komt in gevaar. Dibevo trekt aan de bel en eist actie van de overheid.

Wie een dier slacht voor vlees, houdt ongeveer de helft over aan botten, ingewanden en vet. Vroeger noemden we dit slachtafval; tegenwoordig heten dit ‘dierlijke bijproducten’. Dit materiaal is een cruciale, hoogwaardige grondstof voor diervoeding. Europa produceert jaarlijks zo’n 18,3 miljoen ton van dit materiaal, maar de spoeling wordt dun. Meer voor de energiesector betekent automatisch minder voor de huisdierensector.
Waarom energiebedrijven de markt verstoren
De laatste jaren kopen oliemaatschappijen en energiebedrijven dit dierlijke vet (specifiek het schone Categorie 3-materiaal) massaal op. Zij moeten van de Europese overheid namelijk steeds meer ‘groene brandstof’ produceren. Vorig jaar verdween er al 1,58 miljoen ton vet in de brandstoftanks.
Dit zorgt voor een ongelijk speelveld:
- Oliemaatschappijen ontvangen veel subsidie voor groene energie en kunnen daardoor veel hogere prijzen bieden voor het vet.
- Fabrikanten van honden- en kattenvoer krijgen geen subsidie en kunnen financieel niet opboksen tegen de energiesector.
- Diervoederproducenten vissen steeds vaker achter het net bij de inkoop van deze essentiële eiwitten en vetten.
De schadelijke gevolgen voor dier en milieu
De gevolgen van deze gesubsidieerde concurrentie treffen uiteindelijk de huisdierbezitter en het milieu:
- Duurdere honden- en kattenbrokken: door de exploderende grondstofprijzen stijgen de prijzen van voer in de winkel flink.
- Minder duurzame productie: fabrikanten moeten noodgedwongen uitwijken naar alternatieve oliën van buiten Europa, zoals palmolie uit Azië.
De Ladder van Lansink op zijn kop
Het gesubsidieerd verbranden van hoogwaardige grondstoffen is in strijd met alle duurzaamheidsafspraken. Volgens de officiële afvalhiërarchie (de Ladder van Lansink) hoort de verwerking als volgt te verlopen:
- Bovenaan (hoogste prioriteit): hoogwaardig hergebruik (zoals het maken van diervoeding).
- Onderaan (laagste prioriteit): verbranden voor energie (zoals biodiesel).
Door de huidige subsidieregeling wordt deze ladder volledig omgedraaid. We verbranden nu simpelweg hoogwaardig voedsel, terwijl we voor onze huisdieren nieuwe, plantaardige grondstoffen van de andere kant van de wereld moeten importeren.
Dibevo vraagt actie van de overheid
Dibevo maakt zich grote zorgen over deze trend en roept de overheid op om haar eigen duurzaamheidsbeleid (de Ladder van Lansink) serieus te nemen. We pleiten ervoor om deze oneerlijke, gesubsidieerde concurrentie te keren. Alleen op die manier blijft er voldoende betaalbare, gezonde en duurzame grondstof over voor de voeding van onze huisdieren.
