Minister Van Essen van LVVN kiest niet voor een onmiddellijk verbod op reptielenbeurzen. In een brief aan de Tweede Kamer legt hij uit hoe hij omgaat met de in maart aangenomen motie die om zo’n verbod vroeg. Dibevo heeft zich de afgelopen periode actief ingezet om een verbod te voorkomen, omdat zo'n maatregel het dierenwelzijn niet ten goede komt en de handel juist naar het illegale circuit drijft.

Wat speelde er?
Op 24 maart stemde de Tweede Kamer in met een motie van de leden Graus en Kostić (PVV en PvdD) voor een verbod op reptielenbeurzen, vanwege zorgen over het dierenwelzijn. Dibevo heeft hierop gereageerd met de boodschap dat een verbod het dierenwelzijn niet verbetert, maar de handel juist naar de illegaliteit drijft. Dat beeld wordt bevestigd door ervaringen in Scandinavische landen, waar een vergelijkbaar verbod precies dat effect heeft gehad.
Wat heeft de minister besloten?
Minister Van Essen kiest in eerste instantie voor een beleidsregel in plaats van een verbod. Die beleidsregel verduidelijkt de dierenwelzijnsvoorschriften voor de tijdelijke huisvesting van reptielen en amfibieën op beurzen, tentoonstellingen en markten. Daarbij gaat het om concrete eisen aan de afmetingen, temperatuur en inrichting van de tijdelijke verblijven.
De minister geeft daarvoor een duidelijke juridische redenering: een verbod moet aantoonbaar geschikt, nodig en proportioneel zijn. Wie te snel verbiedt zonder voldoende onderbouwing, riskeert dat de rechter het verbod vernietigt. Bovendien vergroot een verbod de kans dat de handel ondergronds gaat of naar het buitenland verplaatst, wat juist zorgt voor méér transport van deze dieren.
Een beleidsregel biedt bovendien ruimte voor gericht toezicht en voorlichting. De RVO kan op de beurzen blijven informeren over CITES-regelgeving, terwijl de LID en NVWA toezicht kunnen houden op de gezondheid van de dieren.
Waakzaamheid blijft geboden
Dankzij de lobby van Dibevo is een verbod op reptielenbeurzen dus nu van tafel, maar de minister werkt tegelijkertijd wél aan de uitwerking van dat verbod, als stok achter de deur. Als blijkt dat de nieuwe beleidsregel onvoldoende resultaat oplevert voor het dierenwelzijn, kan die uitwerking alsnog in procedure worden gebracht. De organisatoren van reptielenbeurzen doen er daarom verstandig aan de eigen standaarden serieus te nemen en te laten zien dat de regels strikt worden nageleefd.
Dibevo volgt de ontwikkelingen rondom de invulling van de beleidsregel op de voet en blijft met de minister en de Kamer in gesprek over een aanpak die het dierenwelzijn écht dient.
