02 juli 2014 | Dossier:

De toekomst van de handel in dieren: nieuwe regels voor houders, verkopers en fokkers van huisdieren

Besluit houders van dieren

Per 1 juli 2014 is het Besluit houders van dieren in werking getreden, een mijlpaal voor de branche omdat het elementen bevat waar Dibevo vele jaren voor gestreden heeft: een kwaliteitsverbetering van de branche door een goede opleiding, en de eis voor goede huisvesting in bedrijven die werken met gezelschapsdieren.

Een onderdeel van deze nieuwe wet is het Besluit gezelschapsdieren. Met deze wet komt ook het Honden- en Kattenbesluit uit 1999 te vervallen. Hondenuitlaatservices en trimsalons vallen (nog) niet onder het besluit, hoe zeer ook door Dibevo bepleit.

Een volledige visie van Dibevo op het nieuwe besluit kun je downloaden als pdf-document.

Download ‘De toekomst van de handel in dieren’

Goede punten en pijnpunten

Dibevo kan zich een heel eind vinden in de nieuwe regels van het besluit, maar sommige zaken blijven vaag of roept de handhaving vragen op.

Het is bijvoorbeeld niet duidelijk wat de definitie is van 'beroepsmatige omgang met gezelschapsdieren’. Voor honden en katten is het duidelijk: daar geldt als richtsnoer het aantal van twintig pups of kittens in een aaneengesloten periode van twaalf maanden. Voor overige gezelschapsdieren is het zeer vaag.

Dibevo verwelkomt de welzijneisen bij bedrijfsmatige huisvesting, maar stelt vraagtekens bij de verplichting om een aparte quarantaineruimte, isolatieruimte en een ziekenboeg te hanteren voor siervissen, reptielen en amfibieën. Sterker nog: het verplaatsen van deze dieren zou wel eens zou kunnen leiden tot zodanig grote stress dat de dieren snel sterven.

Het verbod op verkoop aan dieren aan personen onder de 16 jaar is een prima zaak, al blijft het onduidelijk hoe die regel gehandhaafd gaat worden.

De wetgeving bevat ook hoofdstukken over fokken, maar het blijkt dat er uitsluitend aan honden en katten is gedacht. Het verbod op onnatuurlijke voortplanting valt nauwelijks door te trekken naar andere diergroepen. Is het in de zin van de wet onnatuurlijk om bij gifkikkers de eieren weg te halen en apart uit laten komen? Als je bij guppen de jongen apart opvangt omdat ze anders opgegeten worden door de ouders, is dat dan onnatuurlijk?

Eenzelfde onduidelijkheid is de verplichting om te voorkomen dat ernstige erfelijke afwijkingen en ziekten worden doorgegeven aan, of kunnen ontstaan bij nakomelingen. Dat geldt voor honden en al in mindere mate voor katten, maar bij vrijwel alle andere dieren is dit een volstrekte onmogelijkheid.

Positieflijst

Uit de berichtgeving van de overheid zou je kunnen opmaken dat er een positieflijst is, maar die is er helemaal nog niet. Dibevo heeft zich vanaf het begin verzet tegen het door de WUR ontwikkelde beoordelingssysteem. En met succes, blijkt nu. Alle dieren die al eerder zijn getoetst, inclusief de dieren die tijdens die toetsing zijn afgevallen, worden opnieuw getoetst. Daarnaast is er een inventarisatie gemaakt van een enorme lijst van soorten die in Nederland op dit moment gehouden worden. Die worden ook allemaal getoetst. Is dat nog niet klaar op 1 januari 2015, dan blijven de niet getoetste soorten net zo lang toegestaan totdat zij getoetst zijn en dan wel of niet op de lijst komen.

Vakbekwaamheidseisen en onderwijs

Vanaf 1 juli 2015 dienen alle ondernemers die onder de werkingssfeer van het besluit vallen, hun vakbekwaamheid aan te kunnen tonen. Op verzoek van Dibevo geldt daarbij wel een overgangs­periode van vijf jaar. Het is immers onmogelijk dat alle ondernemers in het komende jaar aan alle eisen kunnen voldoen.

Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen, stelt de overheid de eis dat de opleiding crebo-gecertificeerd moet zijn. Crebo is een kwaliteitskeurmerk dat voorkomt uit de WEB, Wet Educatie Beroepsonderwijs. Oude diploma’s worden alleen erkend als ze behaald zijn bij crebo-erkend (MBO) onderwijs. Is dat niet het geval, dan zou je volgens de overheid opnieuw een crebo-opleiding moeten volgen. Dat is natuurlijk geen reële optie. Dibevo probeert nu voor elkaar te krijgen dat je in dat geval alleen een examen hoeft te doen.

Een vreemde zaak is dat cursorisch onderwijs, zoals dat tot heden werd gegeven door het HKI, niet erkend wordt. De opleiding was namelijk niet crebo-erkend. Dat komt omdat cursorisch onderwijs niet in aanmerking kwam voor crebo-erkenning. Dibevo doet er alles aan om cursorisch gevolgd onderwijs alsnog erkend te krijgen. Een belangrijk punt daarbij is dat het HKI inmiddels een crebo-erkenning heeft verworven. En dan te bedenken dat de masteropleiding diergeneeskunde wél als vakbekwaamheidseis worden erkend, terwijl verzorging van gezelschapsdieren – slechts één voorbeeld uit de eisen maar zo zijn er nog meer – helemaal geen onderdeel is van die opleiding.

In de volledige visie van Dibevo op het nieuwe besluit kun je bekijken of je als ondernemer voldoet aan de vakbekwaamheidseisen.

Download ‘De toekomst van de handel in dieren’