02 oktober 2014 | Dossier:

Onhaalbare eisen bij LID-controle? Laat het ons weten

Inspectie en onhaalbare eisen?

In het licht van de nieuwe regelgeving in het Besluit houders van dieren, is de LID gestart met controle van winkels, tuincentra, groothandels en importbedrijven die levende dieren verkopen. Het opmerkelijke is dat ze daarbij ook op zaken controleren die de overheid zelf nog niet goed op orde heeft of die praktisch gezien onhaalbaar zijn. Het gaat daarbij om:

  • de verplichte aanmelding van je bedrijf voor een UBN (Uniek Bedrijfsnummer);
  • de administratie van de dieren in je bedrijf.

Probleem 1: de aanmelding voor een UBN

Sinds begin juli is het de overheid nog steeds niet gelukt om helder te maken hoe de verplichte aanmelding van je bedrijf voor een UBN (Uniek Bedrijfsnummer) moet plaatsvinden. Die aanmelding zou je moeten doen op de website van het RVO.

Die website gaat er echter vanuit dat op dit punt alles bij het oude blijft en dat je zo’n nummer alleen hoeft aan te vragen als je je bedrijfsmatig bezighoudt met de diergroepen rund, varken, schaap, geit en hond. Dat zou betekenen dat in onze branche alleen dierenpensions (hond) zich zouden hoeven aan te melden. Logischerwijs is Dibevo er steeds van uitgegaan dat dit de uitwerking was van de omschrijving in het besluit wie zich als bedrijf moet registreren. Immers, deze website is het informatiekanaal voor het bedrijfsleven van de overheid zelf.

Ofwel: winkels, tuincentra, groothandels en importbedrijven die levende dieren verkopen kunnen geen UBN op deze website aanvragen. Toch gaat de overheid wel controleren of deze bedrijven een dergelijk nummer hebben. Met als reden dat er in het Besluit houders van dieren staat dat dat verplicht is.

Omdat de overheid in dit geval zélf de onduidelijkheid creëert, hebben wij de overheid hier uiteraard krachtig op aangesproken. Want het kan niet zo zijn dat straks een inspecteur je waarschuwt of zelfs verbaliseert voor iets waar je in het geheel niets aan kan doen. Uiteraard komen wij hier nog op terug.

Waar moet je voor zorgen?

De andere punten waar je aan moet voldoen, noemden wij al in de Dibevo-update van begin juli. Kort samengevat komt het erop neer dat wanneer je een dierenspeciaalzaak, een tuincentrum met een afdeling dier hebt, je voor het volgende moet zorgen:

  • Het voeren van een administratie waaruit blijkt welke dieren er zich in je bedrijf bevinden. Daarvoor kun je heel goed je inkoopfacturen of kassasysteem gebruiken. Hoe het in de praktijk zal gaan met bijvoorbeeld aquariumvissen, terrariumdieren, kleine zoogdieren of vogels die niet uit elkaar te houden zijn, zal de toekomst leren. Zie ook onze oproep verderop in dit artikel.
     
  • Goede huisvesting en wel zodanig dat het geen nadelige invloed heeft op het welzijn en de gezondheid van de dieren. Maar als verantwoordelijk ondernemer doe je dat ongetwijfeld al, dus daaraan verandert niets.
     
  • Voor zieke dieren moet er een aparte ruimte zijn. Ook hier zal de praktijk leren hoe dit uitpakt. Het is immers volstrekt gebruikelijk om bijvoorbeeld een zieke aquariumvis te houden in het aquarium waarin hij zich bevindt en behandeling ook in dat aquarium te laten plaatsvinden.
     
  • Het opschrijven van de tijdstippen waarop je dagelijks de dieren naloopt om te controleren of er geen problemen zijn. Veel ondernemers doen dat al omdat ze daar meteen bij aangeven of er gevoerd is of er middelen zijn toegediend. Dan weten andere medewerkers immers wat er wanneer gebeurd is.
     
  • Schriftelijke informatieverstrekking bij verkoop. Je kunt dat eenvoudig regelen door de gratis de huisdierenbijsluiters van het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG) te downloaden en uit te draaien. Dibevo subsidieert immers het LICG.
     
  • Verpakken van verkochte dieren mag het welzijn en de gezondheid van de dieren niet benadelen. Maar daar zorgen goede ondernemer altijd al voor.
     
  • Je moet aantoonbaar vakbekwaam zijn. Deze eis treedt pas in werking op 1 juli 2015 en kent daarna nog een overgangstermijn van 5 jaar. Op dit moment kan de overheid zelfs nog helemaal niet aangeven welke eisen er precies gesteld gaan worden en kunnen onderwijsinstellingen daarom ook nog geen cursusmateriaal ontwikkelen.

Probleem 2: de administratie van de dieren

Buiten het UBN is er dan nog één probleem: de administratie van de dieren in het bedrijf. Onhaalbaar zoals dat nu wordt vereist. Om dit bij de overheid uit te leggen, hebben wij het volgende geschreven:

- - -

Bij het opstellen van deze verplichting is er een regel uit het oude Honden- en Kattenbesluit gebruikt die slaat op de registreren van pension- en asieldieren. Dat werkt alleen niet bij andere diersoorten. Neem een dierenspeciaalzaak met een aquariumstelling.

Ondernemers kopen de vissen van verschillende leveranciers. In uiterlijk is er geen verschil. Stel dat in het aquarium met neontetra’s nog 8 exemplaren zwemmen die afkomstig zijn van leverancier A. Nu komt er een zending tropische vissen binnen van leverancier B waaronder 50 neontetra’s. Deze gaan in het aquarium bij die eerder genoemde 8. Hoe moet de ondernemer in dit geval voldoen aan de eis van de deugdelijke administratie met daarbij vermelding van de naam van degene die deze dieren geleverd heeft? Want wat zijn nu die 8 en wat zijn nu die 50?

Dan komt er een klant die 4 neontetra’s koopt. Wat moet er dan geregistreerd worden? Want deze dieren verlaten het bedrijf waarbij niet valt te achterhalen of een van die 4 nog behoorde tot de 8 die al in het aquarium zwommen. Ditzelfde geldt precies bij bijvoorbeeld parkieten van dezelfde kleur, witte muizen, hagedissen van het zelfde soort en nog vele andere in de detailhandel aangeboden dieren.

- - -

Onhaalbare vragen bij inspectie? Meld het ons

Omdat wij vrezen voor willekeur, verzoeken wij je met grote klem om je bij ons te melden als een inspecteur tijdens een controle iets onhaalbaars vraagt. (Je bent immers niet voor niets lid van een brancheorganisatie.) Alleen dan kunnen wij onderbouwd de strijd aangaan met de overheid.