18 augustus 2016 | Dossier: Bedrijfsvoering, Dierenwelzijn, Wet- en regelgeving

Beperking aantal vrije diergeneesmiddelen vergroot gezondheidsrisico’s

Dibevo pleit voor invoering van het Engelse Suitably Qualified Person-model in Nederland

Zieke hond

Je zou het bijna een trend kunnen noemen dat het voorschrijven van diergeneesmiddelen steeds meer wordt voorbehouden aan dierenartsen. Daar lijkt op het eerste gezicht niets mis mee, maar wanneer de zogeheten ‘vrije middelen’ uit de dierenspeciaalzaak en tuincentrum zouden verdwijnen (is nu absoluut nog niet zo), dan stijgen de gezondheidsrisico’s voor mens en dier aanzienlijk.

Dibevo pleit daarom – als het zover zou komen, want regeren is nu eenmaal vooruitzien – voor een laagdrempelige verkrijgbaarheid van vrije middelen onder strenge voorwaarden, zoals die op dit moment in Engeland plaatsvindt. Daar mogen deze middelen alleen worden verstrekt door iemand die is opgeleid om specifieke diergeneesmiddelen te mogen leveren, een zogeheten Suitably Qualified Person (Voldoende Gekwalificeerd Persoon). Een SQP is uitdrukkelijk geen dierenarts.

Beperking van aantal vrije diergeneesmiddelen: dit zijn de risico’s

Diergeneesmiddelen genezen dieren en houden daarmee de ziektedruk op een aanvaardbaar laag niveau. Dat geldt ook voor zoönosen, dierziekten die op mensen overdraagbaar zijn. Het tijdig en regelmatig behandelen van gezelschapsdieren voorkomt een hoge infectiedruk en vermindert daarmee het risico op zoönosen. Het op de juiste wijze gebruiken van diergeneesmiddelen is daarmee van groot belang voor de gezondheid van mens en dier.

Diergeneesmiddelen die te ruim en ondeskundig worden toegepast kunnen echter ook resistentieopbouw veroorzaken bij de ziektes die ze juist willen bestrijden. Het is dus ook van groot belang dat diergeneesmiddelen niet te lichtvaardig gebruikt worden en vooral ook dat de middelen op de juiste wijze worden toegepast. Dit geldt uiteraard met name voor de commerciële dierhouderij. De hoeveelheden diergeneesmiddelen in de gezelschapsdierensector liggen veel en veel lager dan de hoeveelheden in de commerciële dierhouderij en daarmee zijn ook de risico’s van resistentieopbouw in deze sector veel lager.

Op dit moment is er in Nederland een verschuiving waarneembaar waarbij het voorschrijven van diergeneesmiddelen steeds meer wordt voorbehouden aan de dierenarts. Denk hierbij aan het afschaffen van de vijfgramsregeling voor antibiotica met alle negatieve gevolgen van dien voor het welzijn van aquariumvissen, reptielen en kleine kooivogels en de uitsluiting uit de vrije verkoop van wormmiddelen voor paarden. De motivatie hiervoor lijkt te zijn het verminderen van het gebruik van de middelen en daarmee het beperken van het risico van resistentieopbouw.

Na het intrekken van de vijfgramsregeling is er voor zover bij Dibevo bekend geen sterke verhoging geweest van het aantal kleine dieren dat aangeboden is aan de dierenarts. Redelijkerwijs kun je stellen dat de problemen (dierziekten bij kleine gezelschapsdieren) die voorheen opgelost konden worden door de samenwerking van een eigenaar en een deskundige verkoper, nu niet meer behandeld worden, met alle risico’s die dat met zich meebrengt voor dierenwelzijn en zoönosen. Uit onderzoek blijkt dat het intrekken van de vijfgramsregeling slechts een vermindering van 0,13% van de omzet van de desbetreffende groep antibiotica heeft opgeleverd.

Een beperking van de laagdrempelige beschikbaarheid van diergeneesmiddelen kan bij wormmiddelen vergelijkbare of ernstiger risico’s voor gezondheid en welzijn van dier en mens met zich meebrengen.

Waarom beperking van verstrekking van diergeneesmiddelen door dierenspeciaalzaken een bijzonder slecht idee is

Dat het voorschrijven van diergeneesmiddelen steeds meer verschuift naar dierenartsen levert twee belangrijke knelpunten op voor de gezondheid van mens en dier.

1) Drempelwerking
Een dergelijke ontwikkeling werpt een (financiële) drempel op voor bijvoorbeeld het regelmatig ontwormen van gezelschapsdieren, wat erg belangrijk is om zoönosen te voorkomen. Een dierenartsenbezoek kost immers extra geld. Wanneer die middelen nog uitsluitend via de dierenarts verkrijgbaar zijn, zal het ontwormen naar verwachting onder druk komen te staan. Dit risico is ook nadrukkelijk genoemd in het onlangs verschenen rapport van de Raad voor Dierenaangelegenheden ‘Vat op de zwerfkat’. Het is simpelweg ook niet nodig: ontwormen gebeurt standaard op basis van de kalender en niet op basis van een constatering van de aanwezigheid van wormen door de dierenarts. Ook de begeleiding voor het ontwormen van de dierenarts is beperkt: de informatie blijft beperkt tot de frequentie en de duur van de behandeling.

2) Onbekendheid met de diergroep
Het leerplan diergeneeskunde is vooral gericht op de meer standaard gezelschapsdieren: honden en katten. Overige kleine zoogdieren (fretten, konijnen), vogels en reptielen worden slechts zeer oppervlakkig behandeld (de totale vakgroep bestaat uit 4 mensen) en vissen en ongewervelden eigenlijk niet meer. Bij een probleem in een aquarium kan een dierenarts bijvoorbeeld nauwelijks advies geven. Bovendien kun je nu eenmaal niet met een zakje zieke vissen naar de dierenarts. De reis zal hoogstwaarschijnlijk zo belastend zijn voor de dieren dat deze dood zullen zijn voordat de dierenarts een diagnose kan stellen.

Het zal duidelijk zijn dat deze knelpunten een risico met zich meebrengen voor zowel diergezondheid als humane gezondheid.

Vrije verstrekking van diergeneesmiddelen: uitsluitend via kundige personen

Ook de volledig vrije verstrekking van diergeneesmiddelen is niet zonder risico. Diergeneesmiddelen zijn middelen met een sterke biologische werking. Kortom middelen die bij een onjuist gebruik wel degelijk risico’s met zich meebrengen. Dibevo acht het dan ook van het grootste belang dat de verstrekking van diergeneesmiddelen uitsluitend verloopt via ter zake kundige personen, maar dat hoeven niet noodzakelijk dierenartsen te zijn.

Winkeleigenaar

Voldoende Gekwalificeerd Persoon

Dibevo pleit voor een laagdrempelige verkrijgbaarheid van vrije middelen onder strenge voorwaarden, zoals die op dit moment in Engeland plaatsvindt. Daar mogen deze middelen alleen worden verstrekt door iemand die is opgeleid om specifieke diergeneesmiddelen te mogen leveren aan het publiek, een zogeheten Suitably Qualified Person. Een SQP zou je kunnen zien als tussenstation tussen dierenarts en leek, maar is uitdrukkelijk geen dierenarts.

Verplichtingen
Een SQP moet aantoonbaar beschikken over de benodigde kennis om zijn werk te kunnen doen.
Een SQP mag uitsluitend werken vanuit een erkende en goedgekeurde locatie.
Een SQP moet een inschatting kunnen maken van de deskundigheid van de klant en deze adviseren over het veilig gebruik van het geneesmiddel.

Wat mag een SQP
Een SQP mag bepaalde, uitsluitend op recept verkrijgbare, medicijnen voorschrijven en leveren. Het gaat hierbij om laag-risico-medicijnen en met name om het voorschrijven voor gezelschapsdieren.

Wat mag een SQP niet
Een SQP mag geen diagnose stellen
Een SQP mag geen diergeneesmiddelen voorschrijven voor productiedieren
Een SQP mag geen hoog-risico-medicijnen voorschrijven of leveren. Hoog-risico-medicijnen zijn in dit verband medicijnen waarvan het gebruik ook in kleine hoeveelheden gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid door directe effecten, maar ook door de opbouw van resistentie.

Hoe ziet Dibevo de positie van de SQP?

Opleiding
Een SQP is iemand die voor een specifieke diergroep een opleiding heeft gevolgd om commercieel met deze diergroep te mogen werken (Besluit houders van dieren), aangevuld met op de betreffende diergroep gerichte, en met goed gevolg afgelegde aanvullende cursussen op het gebied van ziekten.

Locatie
Een SQP moet transparant en controleerbaar werken. Wat ons betreft moet dit dus vanuit een fysieke locatie plaatsvinden en mogen medicijnen uitsluitend via de winkel afgeleverd worden.

Diergeneesmiddelen
Volgens Dibevo kunnen de volgende klassen diergeneesmiddelen beter via een SQP geleverd worden (uitsluitend middelen voor gezelschapsdieren).

  1. Vrije middelen die een risico van resistentieopbouw hebben (voorschrijven en afleveren)
  2. URA-middelen op basis van een recept van de dierenarts (uitsluitend afleveren)
  3. UDA-middelen op recept door een dierenarts (uitsluitend die middelen die qua risico daarvoor in aanmerking komen).
  4. Middelen die qua werkzame stof onder URA of UDA zouden vallen maar waarbij de hoeveelheid werkzame stof zover beperkt is dat geen sprake is van een reëel risico (voorschrijven en afleveren). Denk bijvoorbeeld aan de middelen die vroeger onder de vijfgramsregeling vielen.

Voordelen SQP
Beter inzicht en controleerbaarheid van het gebruik van diergeneesmiddelen.
Laagdrempelige beschikbaarheid van diergeneesmiddelen voor zover dat mogelijk is.
Laagdrempelige en deskundige doorverwijsfunctie (naar dierenarts).

Inpassing in het bestaande wettelijk kader
Op grond van artikel 2.18 van de regeling diergeneesmiddelen is er geen beletsel om andere personen dan dierenartsen aan te wijzen als bevoegd.