07 januari 2020 | Dossier: Marktinformatie

Dibevo-voorzitter: RDA-rapport slaat plank mis

De Raad voor Dierenaangelegenheden bracht het rapport ‘De staat van het Dier’ uit. Hierin kwamen binnen een aantal hoofdstukken de dieren in Nederland aan bod. Eén hoofdstuk is gewijd aan gezelschapsdieren. Maar het gezelschapsdier wordt in dat hoofdstuk op een hoop geveegd met hobbydieren en dierentuindieren. Maar dat niet alleen is een misser. Als gezelschapsdieren worden hond, kat en konijn opgevoerd. Alsof de 25 miljoen in Nederland gehouden gezelschapsdieren niet óók kleine zoogdieren als hamsters, degoe’s, muizen en cavia’s maar ook vogels, aquariumvissen en terrariumdieren zijn. In de ogen van Dibevo-voorzitter Joost de Jongh een gemiste kans.

Joost de Jongh

Tijdens een door de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) georganiseerde bijeenkomst over het rapport heeft hij daar duidelijk zijn ongenoegen over uitgesproken. Immers, het rapport heeft een zodanige staat dat het straks een onderlegger voor Rijksbeleid zal vormen met alle gevolgen voor de gezelschapsdierensector van dien. Hij heeft voorgesteld om het hoofdstuk te herschrijven en dan door mensen die de gezelschapsdierensector wél kennen.

Er is meer dan alleen hond, kat en konijn

Zijn kritische woorden samengevat luidden: “Er worden in Nederland ongeveer 25 miljoen gezelschapsdieren gehouden. Dat zijn echt niet allemaal honden, katten en konijnen; er zijn heel veel andere diersoorten waar mensen ook dol op zijn. Je kunt zoogdieren, zoals dat nu gebeurde, totaal niet op een lijn zetten met terrariumdieren, vogels en vissen – qua aantal de grootse groepen gezelschapsdieren die in Nederland gehouden worden. Het is heel jammer dat die niet aan bod komen in Staat van het Dier. Echt een gemiste kans die je niet zou verwachten van een orgaan met de statuur als die van de Raad voor Dierenaangelegenheden.”

Overigens was de RDA op de hoogte van De Jonghs inhoudelijke reactie, maar nodigde hem desondanks toch uit om publiekelijk commentaar te leveren. “En dat getuigt van niveau”, aldus De Jongh.

Foto: Raad voor Dierenaangelegenheden/René Verleg