13 november 2019 | Dossier: Dierenwelzijn

Mezensterfte door vlooienmiddelen: feit of fabel?

Bijna alle kranten berichtten deze week over grote mezensterfte door vlooienmiddelen voor hond en kat. Maar klopt dat wel, en wat staat er nu echt in het rapport?

Koolmees

Om te beginnen: het rapport is een onderzoek of de verhoging van de sterfte van jonge mezen veroorzaakt is door de chemische bestrijding van de buxusmot.

Dit zijn de conclusies:

  1. Nee, de bestrijding van de buxusmot is niet de oorzaak. Er is niet meer sterfte op plaatsen waar buxusmotten bestreden worden en er zijn zelfs geen aanwijzingen dat de sterfte de laatste jaren inderdaad is toegenomen.
     
  2. Desondanks worden er veel verschillende bestrijdingsmiddelen in de jonge mezen gevonden. Het gaat daarbij om veel verschillende middelen waarvan de concentratie over het algemeen te klein is om de sterfte te veroorzaken. Een uitzondering hierop zijn enkele nesten waarin zoveel fipronil gevonden is dat dat een doodoorzaak zou kunnen zijn (maar let wel: dat zijn er maar enkele).
     
  3. Een deel van de gevonden bestrijdingsmidden in de mezen zijn te verklaren door contact van de jonge mezen met honden en kattenharen die door de oudermezen als nestmateriaal gebruikt zijn. Fipronil is overigens een middel dat wordt toegepast bij de bestrijding van vlooien en luizen bij honden en katten.
     
  4. De meest voorkomende doodsoorzaak lijkt een te beperkt voedselaanbod en/of sterfte van een van de ouderdieren te zijn, waardoor de jongen ook weer te weinig voedsel krijgen. Insectenbestrijding kan daarvan overigens wel een oorzaak zijn.

 
Hoe zit het nu echt?

Er gaan niet meer jonge mezen dood, maar we letten er beter op en daardoor lijkt het alsof er meer sterfte is. Hoewel de jonge vogels er dus waarschijnlijk niet aan doodgaan, krijgen ze wel vrij veel bestrijdingsmiddelen binnen. Alle reden dus om er voorzichtig mee om te gaan en deze middelen zeker niet te gebruiken als het niet echt nodig is. Geef je klanten daarom het advies om de haren van hun hond of kat na het borstelen weg te gooien en niet in de tuin te laten liggen voor de vogels.